Subscribe via RSS

Autofocus

By admin

Autofocus

De autofocus camera bevat een mechanisme dat zelf het scherpstellen op het onderwerp regelt. Dit gebeurt middels een zogenaamde scherpstelmotor die zowel in de camera als in het objectief kan zitten.

Omdat niet elke camera of elk een scherpstelmotor heeft, vooral bij de zogenaamde instapmodellen van de grote cameramerken is het zaak om goed te controleren of een bepaald op een bepaalde camera past.

Voor kleine dingen, bewegende dingen en zachte dingen voor een harde achtergrond werkt een autofocus niet altijd goed. Verderop komen we hierop terug. In dat geval dient terug gegrepen te worden op handmatige focus.

In de praktijk vinden we autofocus eigenlijk alleen bij kleinbeeld en digitale equivalenten. Op een middenformaat en grootformaatcamera zullen we geen autofocus aantreffen.
Dankzij die autofocus kunnen we kan meer plezier hebben van gemakkelijker fotograferen en kan men zich concentreren op het maken van op de juiste foto, op de compositie en op het vangen van het juiste moment in plaats van handmatig scherp te moeten stellen.

Autofocus heeft echter zijn beperkingen.

Soms wil iemand bijvoorbeeld foto’s produceren die een beetje vaag zijn als een vorm van artistieke uitdrukking.
OOk de techniek achter de autofocus heeft zijn beperkingen en in een paar scenarios kan het dan ook wel eens mislukken.

Één voorbeeld is als je gebruik maakt van een topkwaliteit slr camera met een passieve autofocus om een foto van blauwe lucht te maken. In de meesten gevallen zal de camera zijn scherpstelmotor vooruit en achteruit bewegen en zal het uiteindelijke opgeven en geen kans zien om scherp te stellen.

Om het de autofocus beter te gebruiken zou het helpen om te begrijpen hoe het daadwerkelijk werkt. Hoewel de technische uitvoeringen kunnen verschillen kunnen we ze onderverdelen in twee categoriën: passief en actief.

De meesten pocket cameras gebruiken de goedkopere passieve

Topkwaliteit professionele cameras gebruiken ofwel de actieve methode of een combination van beide mogelijkheden.

Passieve autofocus
Een passieve autofocus is te vergelijken met het imiteren hoe we handmatig de juiste scherpte instellen. De camera definieert één of meer gebieden in de afbeelding (normaal gesproken zijn die gemerkt als rechthoeken op de zoeker of het lcd). De camera analyseert dan de afbeelding gezien via die gebieden en berekent een zogenaamd “focus level number”.

De camera probeert dan de lens vooruit en achteruit te bewegen terwijl hij steeds dat focus level number berekent. De camera zoekt de positie voor de lens waar het “focus level number” het hoogste is.

In de camera zijn al bepaalde grenzen vastgesteld voor het focus level number waarbinnen de foto als scherp wordt gezien. De berekening kan op vele manieren plaatsvinden en iedere camerafabrikant heeft we zo zijn eigen voorkeur.

Een gebruikelijk onderdeel van alle berekeningen is het uitzoeken hoeveel contrast de foto bevat. De werking van de berekeningen valt een beetje buiten deze post maar dit wordt gedaan middels een zogenaamd hoog frequentie filter. Dit is gebaseerd op het feit dat je hoog contrast kunt associëren met hoge frequenties.

actieve autofocus

active autofocus werkt door het meten van de afstand tussen de camera en het object dat we af willen beelden.

Als u de exacte afstand zou weten naar het object waar u een foto van wilt maken dan zou u de lens direct op de exacte plaats om scherp te stellen kunnen zetten.  Het actieve scherpstel systeem stuurt een lichtstraal van onzichtbaar licht, normaal gesproken infrarood, naar het midden van het object van de afbeelding en meet dan de afstand naar dat object.

Op basis van die gemeten afstand wordt dan scherpgesteld.

Gecombineerde autofocus

Sommige topkwaliteit cameras combineren beide systemen. Het camera zal het juiste systeem voor de specifiek omstandigheden selecteren of gebruikt beide systemen en vergelijkt deze met elkaar. De fotograaf kan ook besluiten om handmatig één van de twee mogelijkheden in te stellen.

Bijvoorbeeld als bij het schieten van blauwe luchten de camera het actieve systeem wil gebruiken om de afstand te bepalen. Omdat de afstand oneindig is kan de camera scherpgesteld worden en het passief scherpstellen overslaan. In andere gevallen waar de afstand niet oneindig is kan de camera het actieve systeem gebruiken om de lens ongeveer in de juiste positie te zetten en dan het passief systeem gebruiken voor de preciese afstelling.

In donkere omstandigheden kan de camera het actieve systeem gebruiken omdat het passieve niet zal werken.

Dus waarom werkt de autofocus niet altijd?  Zelfs met alle het electronica en rekenkracht van de computer in de camera zullen er altijd omstandigheden zijn waar de camera autofocus de mist in gaat. Er is sprake van een mislukking als de camera niet scherp kan stellen en een vage afbeelding produceert of wanneer er wel degelijk scherp gestelt is maar de camera denkt van niet.

Wat veroorzaakt zulke gevallen? De lijst is lang maar hier zijn een paar voorbeelden:

– het nemen van foto’s bij weinig licht: het passief autofocus heeft behoefte om de afbeelding te “zien” om goed te werken en gevallen dat er weinig licht is, is dit is niet mogelijk. Een paar systems gebruikt een serie flitsen om deze beperking te overwinnen maar deze oplossing gaat vaak mis. Een actief systeem kan de afstand naar het object in zulke omstandigheden wel meten maar het zal mislukken als het object niet in het middelpunt van de afbeelding staat of als er een paar objecten op verschillend afstanden te herkennen zijn voor het systeem.

– actieve systemen kunnen mislukken bij objecten die de neiging hebben om de infrarood lichtstraal waar gebruik van wordt gemaakt te absorberen. Een paar materialen absorberen infrarood stralen en zullen het actief systeem een verkeerde afstand laten meten. In een sommige omstandigheden zoals bij een kaarsvlam, een open vuur of andere bronnen van infrarood licht kan het actief systeem waardeloos zijn.

– Objecten met een heel laag contrast zoals witte muren of blauwe luchten. Het passief autofocus vertrouwt op het feit dat de scherpte aanzienlijk verandert als het de lens vooruit en achteruit beweegt. Dit maakt het mogelijk voor het camera naar de juiste plaats te vinden om op scherp te stellen. Bij objecten met een laag contrast verandert er niet veel en het passief systeem komt er niet meer uit.

Kennis van de werking van de autofocus helpt een fotograaf begrijpen waarom soms de camera soms niet scherpstellen kan. Onder dergelijke omstandigheden kan de fotograaf uitkijken naar andere oplossingen.

Soms zal de fotograaf zelfs handmatig scherp moeten stellen. Dat is minder erg dan het klinkt. Tot voor enkele jaren heeft men 100 jaar met de hand scherpgesteld en veel fotografen zweren er nog steeds bij.

In ander gevallen is het soms mogelijk te richten op een ander object in de afbeelding dat op dezelfde afstand staat maar waar gemakkelijker op scherp te stellen is. Scherpstellen en vastzetten van de afstand (vaak door de ontspanknop iets ingedrukt te houden) zal dan het probleem oplossen.

Kortom, autofocus kan handig zijn maar aan het fotograferen met autofocus zitten toch nog wel een aantal aspecten vast.

1 Response to Autofocus

  1. Dedicated flitser - Fotografietermen

    […] een reportage. Toch is niet elke fotograaf van deze flitsers gecharmeerd. Vergelijk het maar met de autofocus . Vaak handig in het gebruik, maar het aantal fotografen dat nog altijd naar de handmatige […]

Post a Comment

 
Translate »