lange telelenzen in de praktijk
het gebruik van een telelens (eigenlijk het minder gebruikte tele-objectief )om dicht op de actie, dan wel op uw onderwerp te zitten kan fraaie foto's opleveren, waar bij dingen zichtbaar worden die dat met het blote oog nauwelijks zijn.
Maar niet alleen ons onderwerp wordt sterk vergroot. Elke beweging van uw camera wordt evenzeer vergroot, wat het absoluut noodzakelijk maakt om uw camera volmaakt stil te houden. Hoe langer het brandpunt, hoe noodzakelijker dit wordt.
De stabiliteit van de fotograaf wordt beinvloed door een bewegende ondergrond (bijvoorbeeld het dek van een schip) en harde wind. Maar ook de camera kan een rol spelen, bijvoorbeeld door de beweging van de spiegel. Ook de lucht kan bewegen, bijvoorbeeld een zinderende lucht bij warm weer. Ook een vage mist kan de scherpte behoorlijk parten spelen.
Maar er is meer. Want ook vermoeidheid en het drinken van bijvoorbeeld koffie, thee en cola kunnen een rol spelen omdat ze het bewegingsprobleem vergroten. Vermijd deze dranken als u bezig bent. Zorg daarnaast voor een gevoelige film van minimaal 400 ASA of een hoge ISO voor uw digitale camera.
Dit geeft een snellere sluitertijd waardoor het risico van bewegingsonscherpte verder wordt teruggedrongen.
Let ook op uw houding. Houdt de ellebogen goed tegen het lichaam gedrukt, probeer zoveel mogelijk balans met het gewicht van de camera te vinden. Haal dan diep adem, stel in op het onderwerp en bedien de ontspanknop op het moment van uitademen.
Veel plezier kunt u ook hebben van een hekpaal, een geparkeerde auto of uw opgevouwen jas. Laat uw camera er op steunen of leun er zelf op tijdens de opname. Het is verbazend wat voor sluitertijden (tot 1/30 sec) mogelijk zijn met een goede steun. Overweeg ook de aanschaf of het maken van een zogenaamde bonenzak.
Een inschatting van de benodigde sluitertijd bij fotograferen uit de hand is 1 gedeeld door de lengte van de lens in mm. Dus een 50 mm standaardobjectief kan gebruikt worden vanaf 1/50 sec, en een 500 mm vanaf 1/500 sec. Sneller is daarbij altijd beter. Deze vuistregel geldt voor werken onder normale omstandigheden, dus niet bij windkracht 10.
En dan is er altijd nog de monopod of het éénbeenstatief om op terug te grijpen tijdens het maken van de foto. Xe zijn licht en gemakkelijk mee te nemen. Ze zijn vrijwel overal in te zetten. Natuurlijk zijn ze minder stabiel dan een driepootstatief maar een verbetering van 2 tot 3 stops ten opzichte van werken uit de hand is zondermeer haalbaar. Of u kunt kiezen voor een langzamerfilm of een lagere ISO waarde met minder korrel of ruis.
Houdt er bij het kopen van een monopod rekening mee dat deze zover uitgeschoven moet kunnen worden dat deze tot ooghoogte komt. Een balhoofd kan handig zijn omdat het bijvoorbeeld staande opnamen mogelijk maakt.
De beste oplossing om bewegingsonscherpte te voorkomen is en blijft het driepoot statief. Vindt u uw statief toch te wiebelig bekijk dan de mogelijkheid om een gewicht aan de middenzuil te bevestigen. De stabiliteit zal door het verlaagde standpunt flink toenemen. Vooral bij wat langere tele-objectieven zal de stabiliteit ook verbeteren door het gebruik van een statiefgondel. Het statief kan dan aangesloten onder het zwaartepunt in plaats van onder de camera waar het zware objectief dan voorop zit.
Maar zelfs het beste statief zal niet helpen op een bewegende of instabiele ondergrond. Dan kun je nog beter uit de hand werken omdat het menselijk lichaam de bewegingen nog wat dempt of absorbeert. Een hard statief zal elke beweging van de ondergrond direct aan de camera doorgeven.